Direct contact? Bel: 06 - 53 257 829

HomeFiscaal adviesEchtscheiding en eigen woning

Echtscheiding en eigen woning

Een scheidend koppel (gehuwd of ongehuwd) moet in een emotionele periode ook nog juridische en fiscale  problemen oplossen. Daar komen de verdeling van inkomsten en bezittingen, en niet te vergeten de zorg voor de kinderen nog bij. Is de gezamenlijke woning eigendom van beiden, dan is het heel verstandig om goed te kijken naar de fiscale gevolgen . Neem Jos en Leonie. Ze zijn in 2000 gaan samenwonen zonder te trouwen In 2010 kochten ze samen een woning, ieder voor 50%. Jos vertrekt in 2019. Leonie wil graag met de drie kinderen in het huis blijven wonen. Ze wil graag het deel van Jos overnemen. Helaas kan ze dat niet betalen. De bank is niet bereid haar een lening te verstrekken omdat haar inkomen te laag is. De woning is nu € 400.000 waard. De hypotheek is een aflossingsvrije van € 200.000. Daarnaast leenden ze in 2014 een bedrag voor een verbouwing. Daarvan moet nog € 45.000 worden afgelost. Jos is bereid om Leonie financieel in staat te stellen om in de woning te blijven wonen tot dat het jongste kind 21 jaar is geworden. Dat zal zijn in 2027. Jos is in 2020 bij zijn nieuwe vriendin ingetrokken. Die woning is haar eigendom, maar Jos wil de helft overnemen.

Het is hier niet de plaats om dit geval uit te werken. Een paar vragen kunnen we wel stellen. Hoe zien de aangiften van Jos en Leonie over 2019 eruit? Hoe moet de overdracht worden gefinancierd, met behoud van rente-aftrek? Wat doen we met de bedragen die Jos aan Leonie gaat betalen? Is dat alimentatie? Zo nee, wat is het dan? Kan Jos wel een aandeel in het huis van zijn nieuwe vriendin kopen? Hoe zit dat voor hem met de bijleenregeling? Wat mag hij fiscaal bezien maximaal lenen?

Het volgende voorbeeld komt in de praktijk regelmatig voor. Jort en Patty trouwden in 1996 in gemeenschap van goederen. in 1998 kochten zij een woning voor € 150.000, gefinancierd met een spaarhypotheek van € 120.000, en € 30.000 eigen geld. In de loop der jaren leenden zij voor onder meer een badkamer en de verbouwing van de zolder. De woz-waarde voor 2018 is € 450.000. In dat jaar wordt de echtscheiding ingezet. Jort blijft voorlopig bewoner van het huis, Patty vertrekt. Jort betaalt alle hypotheeklasten, en ook de premie voor de kapitaalverzekering die in 1999 werd afgesloten. De uitkering in 2029 moet worden gebruikt om de hypotheek af te lossen. De woning wordt in 2020 verkocht voor € 500.000. Het echtscheidingsvonnis komt in oktober 2019.

Ook hier komen veel vragen op. Hoe zien de aangiften inkomstenbelasting over 2019 en 2020 er uit? Hoe zit het met het fiscale partnerschap in die jaren? Jort betaalt sinds Patty weg is ook het deel dat eigenlijk voor haar rekening moet komen. Wat voor soort betalingen zijn dat? Alimentatie? Belast bij Patty en aftrekbaar bij Jort? En kan Patty nog rente aftrekken in 2019? En 2020?  Kan Jort voordat de echtscheiding is uitgesproken wel een nieuwe woning aanschaffen? En zo voort.

Uit deze twee voorbeelden blijkt dat op het eerste gezicht overzichtelijke transacties tot een moeilijk doordringbaar woud van complicaties kunnen leiden. Fiscale en juridische regels bepalen het speelveld. Wetgeving die is bedoeld om minder rente aftrekbaar te laten zijn uitgegroeid tot een wijdvertakte en ondoorzichtige boom, ook in gevallen waarbij echtscheiding niet aan de orde is.