Direct contact? Bel: 06 - 53 257 829

HomeBlogOmgangsvormen

Omgangsvormen

Omgangsvormen

In de tijd dat de Belastingdienst nog regelmatig boekenonderzoeken hield mocht ik als beginneling aanschuiven bij het afsluitende gesprek met de controlerende ambtenaar. Mijn baas (of als u het prettiger vindt: mijn leidinggevende) was niet in zijn normale doen. De anders zo rustige man schoof nerveus met zijn papieren, hij kwam niet goed uit zijn woorden en hij vermeed oogcontact. Ik was gewaarschuwd voor de reputatie van onze cliënt, en ik nam aan dat de onrust bij mijn baas daar iets mee te maken had. Nadat de controleur een aantal onvolkomenheden had gemeld die zouden leiden tot een stevige navorderingsaanslag liep cliënt B ongezond rood aan. Hij worstelde nog even om de golf van woede onder controle te houden, maar heel lang lukte dat niet. "Jullie zijn een georganiseerde roversbende! Dieven! Steek morgen precies om twee uur over bij het zebrapad op de Coolsingel tegenover de Bijenkorf, dan laat ik je even kennis maken met mijn auto!"  Duidelijk zal zijn dat meneer B op dat moment geen goede indruk maakte met zijn omgangsvormen.

We kunnen meneer B en zijn belastingcontroleur misschien beter als slachtoffer van de slechte zelfbeheersing van eerstgenoemde beschouwen. Voor adviseur X is dat anders. Adviseur X voert namens zijn cliënten zeer veel bezwaar-  en beroepsprocedures over de BPM. Hij bedient zich van taal waar 'mijn' meneer B zich voor zou schamen. Met zijn bedreigingen en beledigingen aan het adres van medewerkers en het personeel van rechtbanken en gerechtshoven 'verstoorde hij herhaaldelijk de normale gang van zaken.' Je zou denken dat zo iemand snel buiten de deur wordt gezet, maar dat blijkt niet zo heel makkelijk. Weigeren van een gemachtigde is wel mogelijk (artikel 8:25 Algemene Wet bestuursrecht), maar dan moet hij het wel heel erg bont maken. De kwestie rond adviseur X heeft het al tot de Hoge Raad geschopt. Die heeft de advocaat-generaal om advies heeft gevraagd. Dit advies is een lijvige studie van de wetgeving en rechtspraak geworden. De AG adviseert de Hoge Raad om de man nog één keer te waarschuwen. Bedient hij zich daarna nog steeds van beledigende, intimiderende taal, dan moet hij van alle zaken waarin hij als gemachtigde optreedt worden uitgesloten.

De Hoge Raad moet nu duidelijk maken wat wel en niet mag. Begrijpelijk en nodig, al blijft het een besteding van belastinggeld waar niemand beter van wordt. Helaas zijn de kosten die de Staat kwijt is aan de salarissen van ambtenaren en rechters niet op X te verhalen.

Iedere belastingadviseur en ook iedere belastingdienstmedewerker heeft wel eens een minder prettige persoon tegenover zich. Beide kampen zullen ongetwijfeld hun verhaal daarover kunnen doen. Als lid van het legioen belastingmannetjes en -vrouwtjes heb ik weinig slechte ervaringen. De discussie gaat meestal over de zaak, over de vaststelling van de feiten,  en met argumenten. Niet op de persoon, en zo hoort het ook.

Het moet me wel van het hart dat de oplossingsgerichtheid van sommigen beperkt is. Ik begrijp dat het vaak makkelijker is om je te verschansen achter de letterlijke wettekst, maar dan misken je de complexiteit van de wetgeving en de onmogelijkheid om voor elke situatie die zich zou kunnen voordoen een sluitende wettekst op te stellen. Je vergeet daarbij dat belasting wordt geheven van mensen, niet van onfeilbare robots. Ongetwijfeld is de soms veel te ingewikkelde, vrijwel onuitvoerbare regelgeving een reden om je achter de formele barricaden terug te trekken. Dat is verklaarbaar, maar niet aanvaardbaar. Het zoeken naar een oplossing binnen de grenzen van de regelgeving hoort het uitganspunt te zijn voor zowel belastingadviseur als medewerkers van de Belastingdienst.

Medewerkers van de Belastingdienst zullen zelden worden genomineerd voor de populariteitsprijs. Onrechtvaardigheden in de regels, de complexiteit, de onbegrijpelijkheid of zelfs onuitvoerbaarheid daarvan lijken op hen af te stralen. Wellicht inherent aan hun functie, ook al stellen zij die regels niet op. Verantwoordelijk is een politieke besluitenmachine die zich al jaren erg weinig bekommert om de rechtvaardigheid en de uitvoerbaarheid van hun politieke wensen. Na de stemming in de beide Kamers kijkt men niet meer achterom, waardoor de rokende puinhopen die de regels veroorzaken niet worden gezien.  Totdat het uit de hand loopt, zoals de toeslagenaffaire laat zien. Dan staat de politieke elite verontwaardigd op van hun blauwe zetels. De zo gewenste zelfreflectie blijft uit. Ik vraag me wel eens af wat meneer B daar van zou vinden.